Spring naar content

Kansen versterking onderwaternatuur

Leestijd: 1 minuut

Merwede wordt een groene wijk inclusief een eigen Merwede biotoop met een Big Five: vleermuizen, gierzwaluwen, kleine zangvogels (zoals huismussen), egels en insecten. De focus ligt dus voornamelijk op soorten die op het land, in gebouwen en in de lucht leven. Echter mogen we het waterleven niet vergeten. Zowel het leven in het Merwedekanaal als de diagonaal; een nieuwe ecologische waterverbinding die het Merwedekanaal met het water in Park Transwijk verbindt. Daarom heeft Merwede LAB gevraagd aan OAK consultants om de kansen voor de onderwaternatuur in kaart te brengen. Specifiek gericht op de onderwaternatuur rondom de twee fiets- en voetgangersbruggen over het Merwedekanaal én de diagonaal. 

 

Huidige waterkwaliteit 

De waterkwaliteit in heel Nederland is slecht tot matig, zo ook in het Merwedekanaal. Het zijn vaak lege bakken met water. Om dit weer leven in te blazen is het nodig (onder)waterhabitat te creëren. Denk aan ondiepe oevers vol waterplanten (deze dienen als voedsel- en schuilplaatsen) en het bieden van structuren voor hechtingsplaatsen. Daarentegen is het watersysteem van Park Transwijk, waar in de toekomst het Merwedekanaal aan wordt verbonden, wél van betere kwaliteit. Het is een ondiep en (water)plantenrijk stadswater. Dat zien we ook aan de visstand in Park Transwijk, deze past bij een plantenrijke paaien opgroei habitat.

Verbinding Park Transwijk 

Door het watersysteem van Park Transwijk ecologisch te verbinden met de diagonaal, wordt verwacht dat vier vissoorten zich in korte tijd zullen vestigen in de diagonaal en het Merwedekanaal: de paling, vetje, ruisvoorn en de bittervoorn. Dat maakt de ecologische waterverbinding tussen Park Transwijk en de diagonaal zeer gewenst.

 

Kansen onderwaternatuur

Het Merwedekanaal is een kanaal met weinig tot geen ondiepte en vrijwel geen waterplanten. Het toevoegen van structuur, aanleggen van natuurvriendelijke oevers en/of het verondiepen van delen van het Merwedekanaal, kan leiden tot een verbetering van de ecologische waterkwaliteit. 

De beoogde indeling van de diagonaal richt zich op ondiepe oevers, die rijk begroeid zijn met oever- en drijfplanten. In de iets diepere delen groeien ook ondergedoken waterplanten. De diepste delen zijn vrij van vegetatie. Het water is vrij helder en plantenrijk, wat een zichtjager als de snoek aantrekt. Waterplanten bieden veel schuilplaatsen voor jonge vis en voedsel in de vorm van macrofauna.

In enkele delen van de diagonaal worden bredere natuurvriendelijke oevers en/ of vispaaiplaatsen gerealiseerd die naar verwachting vrijwel geheel dichtgroeien met waterplanten. Jonge vis en macrofauna benutten deze plek als opgroeigebied. 

 

Watervegetatie, structuur en ruwe oppervlakken 

Voor beide wateren wordt geadviseerd gebruik te maken van zowel drijvende, ondergedoken en oevervegetatie. Dit biedt voedsel, nest-, schuil- en hechtingsplaatsen voor vissen, amfibieën, insecten en vogels. Waterplanten hebben daarnaast een zuiverende functie van het water, produceren zuurstof en verbeteren het doorzicht. 

Ook wordt geadviseerd genoeg structuren te creëren die dienen als hechtigingsplaatsen, foerageerplek of als schuilplaats. Het aanbrengen van meer structuren kan daarmee een grote toename in diversiteit en biomassa van onderwaterleven creëren. Specifiek dood hout aanbrengen in het water kan een extra impuls geven aan het onderwaterleven. 

Als laatste wordt er een kans gezien bij het gebruik van niet ‘gladde’ oppervlakken zoals beton en stenen muren. Deze oppervlakken bevatten geen holtes of richels terwijl de natuur daar juist bij gebaat is. Ruwe oppervlakken raken begroeid met organismen en worden gebruikt als schuilplaats. 

 

Concrete maatregelen 

Specifieke maatregelen zijn opgesteld voor de onderwaternatuur bij de Merwedebruggen en de diagonaal. Hieronder een aantal voorbeelden 

Merwedebruggen:

  • Het creëren van vissenbossen: een dubbele rij palen, waartussen boomtakken worden gefixeerd. De takken bieden schuilplaatsen voor (jonge) vissen; per strekkende meter vissenbos kunnen tientallen vissen verblijven. Daarnaast leeft er van alles op de takken; van algen, wieren en sponzen, tot macrofauna en mosselen. 
  • Het creëren van kunstriffen: voorgevormde betonnen elementen, die hol en structuurrijk zijn. Deze betonnen structuren raken begroeid met algen en zoetwatermosselen. De holten bieden plaats voor (grotere) vissen, zoals de baars en paling om in te verschuilen. 
  • Delen van de bodem verondiepen: door de bodem in de oever te verondiepen, kunnen waterplanten zich hier ontwikkelen. Het verondiepen wordt gedaan door een damwand enkele meters voor de bestaande beschoeiing/damwand te plaatsen. De zone tussen de damwanden wordt opgevuld met grond, waarbij een helling naar de kade wordt gemaakt. 

De diagonaal: 

  • Aanbrengen dood hout: grote takken of zelfs hele bomen die in de oever worden gelegd ten behoeve van hun belangrijke ecologische functie
  • Aanpassen ontwerp natuurvriendelijke oevers: in de huidige plannen wordt het talud vanaf de waterlijn snel erg stijl. Voor een natuurvriendelijke oever wordt een talud van minimaal 1:3, maar bij voorkeur >1:5 voorgesteld. Hierdoor ontstaat er een bredere zone en overgang van emergente (moeras-), drijf- en submerse (ondergedoken) waterplanten.

Nieuwsgierig naar alle maatregelen en het hele naslagwerk Kansenversterking Onderwaternatuur lezen? Klik hier

Ook vind je het naslagwerk over Beleefbare Onderwaternatuur bij onze naslagwerken.

 

Wil je op de hoogte blijven van de activiteiten van het Merwede LAB? Meld je dan aan voor onze nieuwsbrief.